Lezing

Doenvermogen

een realistisch beeld van wat iemand kan, draagt bij aan zijn redzaamheid
Een jaar geleden publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport Weten is nog geen doen. Aanleiding voor het maken van het rapport is dat veel van burgers wordt gevraagd als het gaat om bijvoorbeeld werk, gezondheid en financiën.

“Er wordt een groot beroep gedaan op het denkvermogen van burgers,” vertelt Anne-Greet Keizer die het rapport samen met collega’s maakte. De WRR zette echter ook een stap verder en liet zien dat er eveneens een groot beroep wordt gedaan op het ‘doenvermogen’ van mensen. “Je moet een plan kunnen maken, volhouden en omgaan met tegenslag en verleidingen.” Het ultieme voorbeeld hiervan is het beroemde marshmallow-filmpje. Kinderen krijgen één marshmallow, maar krijgen er twee als ze een poosje wachten met het eten van de eerste. “Deze test is in de jaren 70 voor het eerst gedaan en daarna nog heel vaak herhaald en wat bleek: zo’n 30 procent is in staat om te wachten,” vertelt Keizer. “Deze groep scoorde later beter op school en nog weer later ook op het werk. Of je in staat bent om je impulsen te beheersen is een belangrijke factor voor succes.”
 
De twee andere factoren zijn temperament en karakter. “Ga je recht op je doel af of juist met omwegen?” zegt De Keizer. “De eerste is succesvoller. En een optimistisch karakter is oké, maar je kunt ook té optimistisch zijn. Als je ervan overtuigd bent dat je sowieso kunt stoppen met roken, dan kun je het ook morgen doen. Maar wanneer doe je het dan écht?” 

Of je in staat bent om je impulsen te beheersen is een belangrijke factor voor succes.

 
 Realistisch perspectief
De WRR ziet dat bij de meesten van ons het doenvermogen heel gemiddeld is ontwikkeld. Maar onder meer stress tast onze mentale vermogens aan. En hoe meer je van doenvermogen nodig hebt, hoe lastiger het wordt om het in te zetten. “Ik heb een redelijk overzichtelijk financieel leven,” deelt Keizer met de zaal. “Ik krijg twaalf keer per jaar geld en als ik af en toe kijk, heb ik overal goed grip op. Maar iemand die net gescheiden is, twee jonge kinderen heeft, kent misschien wel tachtig betalingsmomenten vanwege bijvoorbeeld alle toeslagen die diegene krijgt. Dat vraagt heel veel denk- en doenvermogen. Zeker bij toeslagen moet je vaak controleren of alles wel klopt.”


 
De WRR heeft met het rapport een duidelijk signaal afgegeven aan de overheid. Keizer: “De overheid moet een realistischer beeld hebben van wat mensen werkelijk kunnen. Het doenvermogen is begrensd en niet altijd met onderwijs naar een ander niveau te brengen.” De WRR heeft dan ook geadviseerd om bij nieuw beleid een ‘doenvermogentoets’ te hanteren: bij nieuwe wetten moet de overheid zich afvragen of de burger die wetten wel kan hanteren. “Belangrijk is ook dat de overheid een menselijk gezicht laat zien,” stelt Keizer. “Als je een verkeersboete krijgt die je per ongeluk vergeet te betalen, moet dat niet resulteren in een enorm hoog bedrag. Je hebt een kleine fout begaan, daar horen kleine gevolgen bij.”

Belangrijk is ook dat de overheid een menselijk gezicht laat zien.

 Zelfredzaamheid van de burger
Aan de brede schuldenaanpak in het regeerakkoord van oktober vorig jaar is te zien dat het rapport is gelezen. Maar uiteraard is er nog veel meer te doen. “Ik doe ook een appèl op u hier in de zaal: hou er in de omgang met cliënten rekening mee dat iemand (tijdelijk) tot iets minder in staat is én laat dat ook aan uw leidinggevende weten. Zodat die het weer verder kan vertellen en het uiteindelijk in Den Haag terechtkomt. Want de beleidsmaker heeft er misschien veel minder weet van dan u die het in de praktijk ziet. Een realistisch perspectief draagt bij aan de redzaamheid van de burger en is daarmee ook nog eens goed voor de schatkist!”

 

Voeg toe aan selectie